Home  //  Onderwerpen Whiplash en belangrijke raakvlakken  //  Doorbreek de depressie

Doorbreek de depressie

Whiplash en depressie/Doorbreek de depressie

Een deel van zij die een whiplash overkomen, ontwikkelen wanneer er een klachtenpatroon ontstaat, ook een depressie. Dat gaat verder dan af en toe last hebben van wisselende stemmingen of een dipje. Een depressie herkennen is belangrijk. Het staat anders het herstel van andere klachten dan wel verbetering daarvan in de weg. Een depressie dient apart behandeld/begeleid te worden. Het doel moet dan altijd zijn de depressie proberen te doorbreken. Sommige blijven echter antidepressiva gebruiken en dan is dat langer dan tijdelijk. Dan hoeft niet altijd verkeerd zijn 9 maanden is een redelijk normale periode. Werk mee aan het onderzoek. Onderzoek en ervaringsverhaal in één.
Onderzoek van Rijksuniversiteit Groningen:
http://www.doorbreek-depressie.nl/
Depressie wordt gezien als een recidiverende aandoening. Uit onderzoek blijkt dat mensen die hersteld zijn van een depressie, een grote kans hebben op depressieve terugval (na 1 episode 50%, na 2 episodes 70% en na 3 episodes 90% kans op depressieve terugval). Behandeling van depressie moet daarom niet alleen gericht zijn op herstel van depressie maar ook op het voorkomen van terugval, zogenaamde terugvalpreventie.
http://www.doorbreek-depressie.nl/
Onderzoek wordt gedaan door:

Drs. Gerard van Rijsbergen
verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen

De depressie
Alle klachten bij elkaar en het feit dat toen niemand mij kon vertellen waar ze vandaan kwamen, zorgden in de loop van de tijd wel dat ik langzaam somberder werd. Heel langzaam gleed ik een depressie. Zelf had ik het helemaal niet in de gaten. Ik was een vreemde geworden in mijn eigen lichaam. Ik voelde me als in een cocon. Ik fietste in mijn eigen dorp, maar het zei me niets meer. De zon scheen, ik zag het niet. Ik lachte wel, maar was niet blij. Ik hoor op bijeenkomsten en lees dat whiplashpatiënten zelfmoordneigingen kennen, Die gedachten zijn mij niet vreemd, hoewel er gelukkig nooit sprake is geweest van een poging daartoe. Ik vind het verschil tussen een zelfmoordneiging en het even “totaal niet meer zien zitten” moeilijk te benoemen. Tegelijkertijd werden voor het eerst serieus onderzoeken gedaan naar mijn klachten.

De neurologe die ik toen had, wist de depressiviteit goed te scheiden van de klachten die ik al jaren had. Dat het de moeilijkste periode voor mij en mijn partner is geweest, mag duidelijk zijn. Ik had het toen zelf niet in de gaten, maar ik was niet meer bereikbaar voor mijn omgeving. Ik zag het niet meer zitten, wilde niets meer en voelde mij heel labiel. De simpelste dingen brachten mij van mijn stuk. Ik zat als het ware achter de geraniums”. Stond ik voorheen een volle zaal toe te spreken, nu durfde ik mijn eigen tuinpad niet af. Bang dat iemand mij zou aanspreken. Angst, onzekerheid en supergevoeligheid waren factoren die bij mij toen de hoofdrol speelden. Angst slaat bovendien om in spanning.

Een sportverslaggever zegt wel eens dat een topsporter bij de start figuurlijk gesproken tot op de laatste vezel gespannen moet zijn. Wat dat letterlijk betekent weet ik ook. De hele dag gespannen als een veer en tot niets in staat. Eigenlijk alleen maar gespannen. Gespannen, depressief en onzeker. Het was ook een periode waarin een aantal mensen ruim afstand van me namen. Tenslotte was ik niet toegankelijk en daar kunnen mensen heel moeilijk mee omgaan, Hoewel ik zelf altijd op iedereen afstapte, bleef ik nu soms uren verloren rondlopen. Hoewel ik niet toegankelijk was, kan ik moeilijk begrip opbrengen voor degene die mij meden uit angst voor een andere persoonlijkheid”. Aandacht is het minste wat je een ander kunt geven. Er wordt mij nu wel eens gevraagd of ik me achteraf voor die periode schaam, zowel tegenover de mensen die me meden, als tegenover de mensen die mij opzochten.

Het antwoord is kort en duidelijk: “Nee, het is mij overkomen. Het heeft pijn gedaan en als ik eraan terugdenk, doet het nog wel eens pijn, maar schamen doe ik mij absoluut niet”. Ik wel eens gelezen dat in zo’n periode verborgen emoties als een vulkaanuitbarsting naar buiten komen. Wat daarmee bedoeld wordt, heb ik goed ondervonden. Vooral omdat een aantal artsen altijd naar geestelijke oorzaken had gezocht, had ik mij alles in mijn hoofd gehaald. Dat doet achteraf nog het meeste pijn. Het feit dat ik een hele tijd heb gedacht, dat ik deze depressie mij en mijn omgeving allemaal zelf heb aangedaan. Dat schuldgevoel heeft absoluut een rol gespeeld in mijn depressieve periode. Omdat ik mezelf niet in de hand had, kreeg ik volgens artsen tal van lichamelijke klachten. Ik werd ook verwezen naar een psycholoog, maar daar had ik minder baat bij.

In die tijd heb ik vele gesprekken met mijn broer Kees gevoerd. Een voorwaarde is dat je net als bij een psycholoog uiting geeft aan je klachten. Met name bij mijn oudste broer lukte dat goed. Huilend, lachend en relativerend zo ging dat in die periode. Hij zag mij weer langzaam uit een dal komen, maar hij constateerde ook dat de lichamelijke klachten nog lang niet verdwenen waren. Ik kwam bij mijn broer, omdat ik hem door een ingeving belde toen het me de eerste keer allemaal teveel werd. Ik had behoefte om buiten mijn gezin met iemand te praten. Zo anders was het bij de psycholoog, want die begon enorm in mijn verleden te wroeten. Mijn relatie met mijn partner was prima, dat wist ik zelf het beste. Dus moest het zogenaamd wel in het verleden liggen of in andere relaties. Waarschijnlijk speelde de entourage ook een rol.

Bij de psycholoog zat ik eerst in een benauwde wachtkamer. Allerlei zware teksten en gedichten aan de wand. In de kleine spreekkamer stonden twee stoelen, ieder in een hoek. Naast de stoel waarop ik moest gaan zitten stond een doos met tissues. Ik had zoiets van:”voor je weggaat, wel huilen hoor”. De goede man zei niets terug. Ik zocht hulp, zei hij, toen ik hem daar op aansprak. Ik was degene die het verhaal moest doen en niet hij. Maar de respons die hij gaf was mij te miniem. Het ontging me in de gesprekken ook waar mijn verantwoordelijkheid lag. Als ik iets naar voren bracht, legde hij als oplossing de schuld bij een ander neer. Mijn broer zorgde er wel voor dat ik over mijn eigen verantwoordelijkheid nadacht. In die tijd wees mijn huisarts erop dat, als de depressieve periode voorbij was, ik ook eens leuke dingen met mijn broer moest gaan doen. Dat brengt de band weer in evenwicht. Als iemand je van dichtbij op je zwakste momenten ziet, is het per slot van rekening belangrijk dat hij ook je herstel kan constateren. Achteraf gezien een waardevolle tip, die ook is ingevuld. Wat iemand in zo’n periode betekent heb ik weergegeven in een klein gedicht:
Je bent voor mij niet zozeer mijn oudste broer
De wijste, verstandigste of heel stoer.
Je bent voor mij meer een kameraad,
die als je vraagt, er gewoon staat.
Een luisterend oor,
Want als je jou belt, dan ga er voor.
Je geeft geen bindend advies,
Zo lijdt de ander geen gezichtsverlies.
Het is meer zoeken naar evenwicht,
Een goed gesprek dat verlicht
En samen zoek ‘Pluk de dag’
En het organiseren van een familiedag.

Mijn toenmalige huisarts heeft toen een antidepressivum voorgeschreven, vooral omdat de kalmeringsmiddelen een negatief effect hadden. Mijn nieuwe huisarts heeft echter toen geadviseerd de relatie tussen klachten en depressiviteit apart te bekijken. Of de depressiviteit komt voort uit de hoeveelheid klachten of is een gevolg van blijvende schade aan mijn nek. Depressies worden grotendeels veroorzaakt, omdat het lichaam niet genoeg serotonine meer kan aanmaken. Serotonine is een neurotransmitter en een lichaamseigen stof.

Ik kom na een advies van artsen, acupuncturist en na meegewerkt te hebben aan een onderzoek van TNO op het volgende uit: doordat het in mijn nek niet goed zit, er geen goede doorbloeding is, het weefsel en de spieren zijn aangetast en een zenuwbaan niet goed functioneert, is het lichaam niet goed in staat genoeg serotonine aan te maken. Een minimum aan antidepressivum vult deze stof aan. Zoals suikerpatiënten een extra stof krijgen toegediend, krijg ik ook een extra stof toegediend die het lichaam zelf niet meer voldoende kan aanmaken. Het verhoogt voor mij de kwaliteit van leven en elke verbetering grijp ik met twee handen aan. Ik heb weer evenwicht in mijn gemoedstoestand ondanks al mijn beperkingen en die winst is heel groot.

De weerstand tegen antidepressivum is groot. Mensen zijn bang voor persoonlijkheidsverandering. Dat begrijp ik niet, want bij constant depressieve klachten ben je zeker een ander mens. Als onder invloed van medicijnen het evenwicht in je gemoedstoestand terugkeert,bestaat de kans dat de drive van vroeger ook terug kan komen. Dan ga je over je grenzen. Ik heb geleerd ermee om te gaan en thuis heb ik een prima coach en dat zorgt voor teamwork op maat. Opvallend is ook, dat ik soms wordt aangesproken op het feit dat ik er zo open over ben. Het blijkt dat veel mensen dit herkennen, maar er niet over durven praten. Niet zeuren, maar doorgaan. Als iemand een medicatie gebruikt, mag dat vooral niet verder worden verteld. Ik zeg dan:”Veel succes, maar op termijn helpt dat echt niet”.