Home  //  Onderwerpen Whiplash en belangrijke raakvlakken  //  Whiplash en waarom steeds gevoeliger

Whiplash en waarom steeds gevoeliger

Whiplash en waarom u steeds gevoeliger wordt

 

Centrale sensitisatie van het zenuwstelsel bij whiplash Of waarom u steeds gevoeliger wordt…….

Op 27 januari 2011 bezochten Ton Sijm en Jorn Hogeweg (ondergetekende) namens Stichting Whiplash de Baas de bij- en nascholingscursus “Workshop Chronische Whiplash: huidige tendensen! Kinesitherapeutische evaluatie en behandeling” in Antwerpen. Deze nascholing werd georganiseerd door de Hogeschool Antwerpen in samenwerking met de Vrije Universiteit Brussel.

De sprekers waren Prof. Dr. Jo Nijs, Drs. Jessica van Oosterwijck en drs. Liesbeth Daenen.

Eerst gaven zij een inleiding over de whiplash geassocieerde aandoeningen (WAD) die het gevolg kunnen zijn van een whiplash trauma. Het merendeel van de klachten herstelt gelukkig binnen 3 maanden, maar 10-42% ontwikkelt chronische pijn en pijngerelateerde beperkingen (Lovell et al. 2002). Deze meeste mensen hebben aanhoudende pijn in de nek (10-45%) of in het hoofd (8-30%), gevolgd door schouder en arm (5-25%). Verder kunnen er gevoelstoornissen zijn, duizeligheid, concentratiestoornissen en vermoeidheid. Bij chronische WAD is er vaak geen objectieve weefselschade vast te stellen op een röntgenfoto, CT-scan of MRI.

Bij perifere sensitisatie wordt de plek waar de beschadiging zit gevoeliger. Dit doet je zenuwstelsel. Voorbeeld: een snee in je vinger. Er is weefselschade en er komen eiwitten, vrije radicalen, etc. vrij. Dit wordt ‘waargenomen’ door zenuwen, die signalen van je vinger naar het ruggenmerg en je hersenen sturen. Je hersenen en je ruggenmerg sturen signalen terug. Dit draagt er toe bij dat er roodheid ontstaat in de omgeving van de snee en dat er genezingsprocessen op gang komen. Doordat je vinger gevoeliger is, hou je rust en dat is nuttig.

Bij chronische WAD is er echter een opwindreactie (wind-up). Er is een aanleiding geweest, namelijk een ongeval. Vervolgens gaat je zenuwstelsel je lichaam op scherp zetten. Misschien probeert je zenuwstelsel zo mogelijke gevaren buiten de deur te houden. Eerst vindt er een ‘opwindreactie’ plaats in je ruggenmerg en dan ook in je hersenen. Je wordt steeds gevoeliger (hypersensitief). Dit fenomeen heet centrale sensitisatie. Een lastig fenomeen. Het is alsof de alarminstallatie ieder moment afgaat, terwijl er niets aan de hand is. De installatie gaat zelfs af als er helemaal geen sprake van schade is. De drempelwaarde waarop je iets voelt wordt steeds lager.
Dit is waarschijnlijk ook de reden waarom als whiplash patiënten tractie krijgen of teveel oefeningen bij de fysiotherapeut kort na een ongeval, de klachten enorm kunnen toenemen. ‘Rust is geboden’ zendt het zenuwstelsel als boodschap uit. Maar heeft die overgevoeligheid nog wel zin na een periode van 6 maanden waarin weefsels over het algemeen zich kunnen herstellen?

Het antwoord luidt ‘nee’.
Maar hoe kom je dan van die lastige centrale sensitisatie af?

Eerst nog even wat er gebeurt bij centrale sensitisatie. De activiteit in de hersenregio’s is aantoonbaar verhoogd. Een normale prikkel wordt als extreem bedreigend ervaren. Er vindt anticipatie op pijn plaats en er is extra aandacht voor pijn, de emotionele aspecten van pijn zijn verhoogd. Met je spieren probeer je de pijn te controleren door extra stijfheid. Angst, somberheid en stress jagen de gevoeligheid nog eens extra aan (cognitive emotional sensitisation).
Wat te doen bij centrale sensitisatie?
• uitleg hoe het fenomeen werkt. Als je als whiplash patiënt begrijpt wat er aan de hand is, begint je ook te begrijpen wat je er aan kan doen
• focus je meer op de pijnvariatie dan op de pijnintensiteit
• oefeningen doen is niet de bron van weefselschade
• aandacht voor pauzes en herstelperiodes
• oefeningen volgens het principe van graded activity op tijd-contigente basis in plaats van pijn-contigente basis

Wat is graded activity (gedoseerde activiteit)? Het langzaam opbouwen van je belastbaarheid. Je gaat langzamerhand je zenuwstelsel ‘her-opvoeden’, zodat je uiteindelijk wat minder gevoelig reageert. Dat doe je niet door alle pijn botweg te negeren en geen pauzes meer te nemen. Maar je doet het door een plan van geleidelijke opbouw van tevoren te formuleren en je daaraan te houden, ook al krijg je wat klachten en voel je je af en toe minder lekker.
Voorbeeld. Doelstelling is dat je langer achter elkaar kunt lopen, zodat je weer kunt winkelen. Geleidelijke opbouw. Eerst meet je hoe lang je iets kan. Bijvoorbeeld 10 minuten lopen.

Je begint dan in week 1 twee maal in de week volgens schema 8 minuten te lopen, dus de eerste week doe je iets wat je gemakkelijk aan kunt en waarbij je waarschijnlijk niet zo veel klachten ontwikkelt.

In week 2 ga je 9 minuten lopen. Dat zal waarschijnlijk nog wel gaan. Zeker als je daarna een hersteltijd plant, waarin je je rust neemt.

In week 3 ga je 10 minuten lopen.
Week 4 ga je 11 minuten lopen.
Week 5 ga je 12 minuten lopen.
Zo breidt je iedere week een minuut uit. Het is belangrijk dat je niet ineens veel langer gaat lopen. Het is ook belangrijk dat als je je niet lekker voelt, je toch je aan de voorgenomen tijdsperiode houdt. Je bent je immers aan het ‘harden’.
Let wel: plan ook je rustperiodes en houd je aan je doseerschema. Ik denk dat dit nuttige informatie is voor whiplashpatiënten. Prof. Jo Nijs heeft een patiënten-educatieboek geschreven. Hierin wordt uitgebreid uitgelegd hoe alles in elkaar steekt.

Jorn Hogeweg, 1 feb 2011

www.pels.nl